Over de 'Black Agenda'

De 'Black Agenda' van Ubuntu Connected Front (UCF) is te vinden in het "Manifest voor NL Transformatie" (2021) op de UCF-website (Hoofdstuk 5).

De ‘Black Agenda’ bestaat uit drie pijlers afgeleid zijn van de missie van het Internationaal VN Decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst 2015-2024:

  1. Erkenning betreft de impact van ons slavernijverleden als misdaad tegen de menselijkheid.
  2. Rechtvaardigheid gaat over historisch rechtsherstel.
  3. Ontwikkeling streeft naar gelijke ontwikkelingsmogelijkheden voor iedereen.

Hieronder volgt de volledige tekst.


VOLLEDIGE TEKST: 


HOOFDSTUK 5: THE BLACK AGENDA


VN Decennium Actieplan
 

5.1. PIJLER ERKENNING

DE PROGRAMMAPUNTEN

5.1.1.Zichtbaarheid mensen van Afrikaanse afkomst
5.1.2.Representatie mensen van Afrikaanse afkomst
5.1.3.Slavernij is misdaad tegen de menselijkheid
5.1.4.Etniciteit en Nationaliteit in artikel 1 van de Grondwet
5.1.5.Erkennen & Toepassen van de term Afrofobie
5.1.6.Nationale 1 juli Herdenking
5.1.7.Intersectionele discriminatie
5.1.8.Nationaal Forum Civil Society van Afrikaanse afkomst 

5.2.PIJLER RECHTVAARDIGHEID 

DE PROGRAMMAPUNTEN

5.2.1.Anti-Racisme maand.
5.2.2.Nationale Raad Reparatory Justice
5.2.3.Naamsverandering
5.2.4.Onderzoek naar de effecten van de Maangamizie
5.2.5.Maatregelen ten behoeve van de verbetering van de psychische gezondheidszorg
5.2.6.Onderzoek naar veelvuldig voorkomende medische ziekten bij mensen van Afrikaanse
afkomst In het Koninkrijk 

5.3. PIJLER ONTWIKKELING

DE PROGRAMMAPUNTEN

5.3.1.Nationaal Actieplan VN Decennium
5.3.2.Nationaal Instituut voor Afrikaanse Diaspora Vraagstukken
5.3.3.Mensenrechten- en cultuureducatie

 

Ik kan het niet vergeten
Ik wil het niet vergeten
Ik ben een nazaat van Afrikanen
die de Maangamizi hebben overleefd
Ik ben een nazaat van Afrikaanse Vrijheidsstrijders
die tegen Koloniale overheersing hebben gestreden
Ik ben een nazaat die de strijd voor vrijheid
van Afrikanen nooit zal opgeven
Ik ben omdat Wij zijn
Omdat Wij zijn
Daarom
BEN IK

 

Achtergrond

UCF gaat ervan uit dat ieder mens uniek is en iets te bieden heeft maar de praktijk wijst uit dat niet iedereen gelijke kansen krijgt om volwaardig mee te doen. De kansenongelijkheid is zeker ook van toepassing op de positie van burgers van Afrikaanse afkomst. UCF wil met haar Transformatie Manifest een bijdrage leveren aan het tot stand brengen van een eerlijkere samenleving waarbij sprake is van gelijke kansen voor iedereen.

“Erkenning, Rechtvaardigheid en Ontwikkeling” zijn de drie pijlers die UCF als leidraad heeft gekozen bij de ontwikkeling van dit onderdeel van het UCF Transformatie Manifest en wat wij de ‘Black Agenda’ noemen. De pijlers zijn afgeleid van de missie van het Internationaal VN Decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst 2015-2024. Tijdens de beraadslagingen in de verschillende VN Organen en in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties waren lidstaten het erover eens of het nu gaat om nazaten van de slachtoffers van de trans-Atlantische slavenhandel of om Afrikaanse migranten, onderzoeken hebben vastgesteld dat het om de armste en meest gemarginaliseerde groepen gaat. Studies en bevindingen van internationale en nationale instanties tonen aan dat mensen van Afrikaanse afkomst nog steeds beperkte toegang hebben tot kwalitatief hoogwaardig onderwijs, gezondheidszorg, huisvesting en sociale zekerheid. In veel gevallen blijft hun situatie grotendeels onzichtbaar en is er onvoldoende erkenning en
respect op het gebied van hun inspanningen en bijdragen aan de wereldeconomie, cultuur en beschaving.

Zij worden maar al te vaak gediscrimineerd in hun toegang tot de rechter en worden geconfronteerd met alarmerend hoge politiegeweld, samen met raciale profilering. 

Bovendien is hun politieke participatie vaak laag, zowel bij het stemmen als bij het innemen van politieke posities. Bovendien kunnen mensen van Afrikaanse afkomst lijden aan meerdere vormen van meervoudig racisme en andere verwante gronden, zoals leeftijd, geslacht, taal, religie, politieke of andere mening, sociale afkomst, eigendom, handicap, geboorte of andere status.

De bevordering en bescherming van de mensenrechten van mensen van Afrikaanse afkomst is een prioriteit geweest voor de Verenigde Naties.

Verschillende strategieën zijn er gedurende een reeks van jaren toegepast om de politieke aandacht te verwerven en tot politieke wil te stimuleren. Brieven zijn geschreven, uitnodigingen zijn gestuurd, petities zijn aangeboden aan zowel het Nederlandse Kabinet; het Parlement; individuele politieke fracties & relevante Tweede Kamercommissies; demonstraties zijn georganiseerd, face-to-face confrontaties hebben plaatsgevonden, een manifest is aangeboden aan de Kabinetsformateur in 2016 om Nationale Actieplannen tot stand te brengen zoals ook ten aanzien van andere VN verdragen en/of resoluties. We hebben het vooral over de gevestigde politieke partijen die zich geen zorgen hebben gemaakt. Hoe kan het ook anders. De beste bode is immers de mens zelf. Omdat gelijkwaardigheid voor UCF een mensenrecht is en geen (wit) privilege heeft UCF deze ‘Black Agenda’ opgesteld om speciale aandacht te besteden aan de achtergestelde positie van burgers van Afrikaanse afkomst met als doel ze uit hun gemarginaliseerde positie te halen.

Zie hier een belangrijke reden voor een bewuste keus voor UCF. 

Notabene: UCF is zich ervan bewust dat vanwege het koloniaal verleden er mensen zijn die zich (in politieke termen gesproken), liever als ‘zwart’ identificeren. UCF beseft ook dat er meerdere burgergemeenschappen zijn die zich ook als ‘zwart’ identificeren omdat ze van mening zijn dat de politieke term ‘wit’ niet op hen van toepassing is. ‘Wit’ wordt over het algemeen gebruikt ter vervanging van het woord ‘blank’.
 

VN Decennium Actieplan

In het VN Decennium Actieplan treffen we een aantal kenmerken aan over de problemen die mensen van Afrikaanse afkomst, wereldwijd, in meer of mindere mate, in een regio of in een land ervaren. Vraagstukken die specifieke maatregelen, instrumenten, strategieën, methoden en technieken vereisen om de aanpak succesvol te realiseren. Deze opsomming is tot stand gekomen na wereldwijde studies en consultaties ook uit Nederland.

Een greep uit de opsomming:

  1. racisme en structurele en institutionele discriminatie die zijn geworteld in de verwerpelijke systemen van slavenhandel, slavernij en kolonialisme;
  2. situatie van ongelijkheid onder andere in de toegang tot de arbeidsmarkt, (institutionele)uitsluiting en stigmatisering, misdaad en geweld;
  3. belemmeringen bij de toegang tot hooggekwalificeerde banen met rechtspositionele zekerheden;
  4. gedwongen worden tot werk in de informele circuits, vaak in gevaarlijke omstandigheden;
  5. ondervertegenwoordiging in politieke en institutionele besluitvormingsprocessen;
  6. belemmeringen in de toegang tot kwalitatief hoogwaardig onderwijs, die in de intergenerationele overdracht van armoede resulteert;
  7. een onevenredige vertegenwoordiging in gevangenispopulaties;
  8. beperkte sociale erkenning en waardering van de etnische en culturele verscheidenheid;
  9. onverdraagzaamheid en onbegrip voor de religies en spirituele uitingsvormen van Afrikaanse herkomst;
  10. racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en daarmee samenhangende onverdraagzaamheid op grond van ras, kleur, afkomst of nationale of etnische afkomst naast andere vormen van discriminatie op grond van leeftijd, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere denkbeelden, sociale afkomst, eigendom, geboorte of andere status;
  11. voor vrouwen en meisjes geldt extra intersectionele vormen van racisme en discriminatie en kwetsbaarheid voor seksueel geweld. De vormen van meervoudige discriminatie manifesteren zich in situaties van beperkte toegang tot goed onderwijs en werkgelegenheid en bij veiligheidsmaatregelen;
  12. hoge cijfers van moeder- en babysterfte onder andere vanwege de beperkte toegang tot gezondheidszorg in verschillende omstandigheden;
  13. de relatie tussen ras, sociale en economische status en burgerschap betekent dat migranten, vluchtelingen en asielzoekers van Afrikaanse afkomst zich vaak in bijzondere kwetsbare situaties bevinden;
  14. beperkte toegang tot gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting en sociale zekerheid geldt vooral voor migranten van Afrikaanse afkomst;
  15. openbare en politieke debatten over immigratiebeleid en de gevolgen daarvan resulteren vaak in maatregelen die institutionele discriminatie eerder versterken dan bestrijden. In die zin dat immigranten als zondebok voor economische en sociale problemen worden gebruikt. Het komt voor dat in het kader van de discussies, zij als criminelen worden afgeschilderd en als een bedreiging voor de veiligheid worden beschouwd, wat weer resulteert in wantrouwen, angst en wrok bij andere burgers;
  16. institutionele discriminatie in systemen van Justitie en Politie zijn vaak van invloed op mensen van Afrikaanse afkomst. Er wordt geconcludeerd dat jonge mensen van Afrikaanse afkomst vaker het slachtoffer zijn van politiegeweld. De cijfers zijn alarmerend. Raciale profilering wordt op grote schaal toegepast en gebruikt als een selectieve en discretionaire mechanisme voor arrestaties, opsluiting en onderzoeken;
  17. de discriminatie waarmee mensen van Afrikaanse afkomst worden geconfronteerd werkt belemmerd voor de vooruitgang, voorspoed en ontwikkeling mede als het gevolg van het feit dat civiele en politieke rechten, evenals economische, sociale en culturele rechten niet worden nageleefd;
  18. door het ontbreken van goede analyses en statistische data om de omvang van racisme en discriminatie ten aanzien van mensen van Afrikaanse afkomst aan te tonen heeft dit ook gevolgen voor het treffen van adequate maatregelen om Afrofobie te bestrijden;
  19. er is beperkte erkenning ook in onderwijs curricula van de geschiedenis van mensen van Afrikaanse afkomst en het erfgoed dat zij hebben voortgebracht;
  20. stereotype beelden over mensen van Afrikaanse afkomst in de media versterken vaak de waandenkbeelden en bestendigen de diepgewortelde discriminerende attitudes die er zijn

 

5.1. PIJLER ERKENNING

De eerste pijler gaat over de erkenning dat de voorouders van burgers van Afrikaanse afkomst het slachtoffer zijn geweest van het verwerpelijk slavernijsysteem en dat deze gemeenschappen vandaag de dag nog steeds last ervaren van de negatieve gevolgen van dat systeem.

Dit zijn dus vraagstukken die specifieke maatregelen, instrumenten, strategieën, methoden en technieken vereisen om de aanpak succesvol te realiseren.

DE PROGRAMMAPUNTEN 

5.1.1. Zichtbaarheid mensen van Afrikaanse afkomst 

Erkenning van mensen van Afrikaanse afkomst als een aparte groep is van essentieel belang voor de vergroting van hun zichtbaarheid om hun (mensen)rechten te beschermen en om te weten wanneer ze worden geschonden. Inzicht draagt bij aan de bewustwording over de historische patronen die bewust of onbewust nog steeds leiden tot marginalisering en uitsluiting van deze doelgroep. Inzicht draagt ook bij aan kennis over de mate waarin Afrofobie inclusief intersectionele discriminatie en symbolisch geweld voorkomt. Voor het vergroten van de zichtbaarheid is het essentieel dat zij als een specifieke doelgroep worden verankerd in alle sectoren van (overheids)beleid. Dataverzameling is een goed middel die het mogelijk maakt om de situatie van mensen van Afrikaanse afkomst in kaart te brengen, te analyseren en te beoordelen. Op grond van de verkregen resultaten en de conclusies kan worden getoetst of te maatregelen om hun rechten te beschermen effectief zijn en/of worden aangestuurd tot effectieve samenhangende (beleids)maatregelen.

Het Politieke doel is dat burgers van Afrikaanse afkomst en die zich als ‘zwart’ definiëren het volledig genot ervaren van alle rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, als erkend in de universele verklaring van de rechten van de mens, het Internationaal Verdrag betreffende de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie evenals andere relevante internationale en regionale mensenrechtenverdragen en instrumenten. UCF richt zich in dit verband ook op andere gemarginaliseerde burgergemeenschappen die in dezelfde positie verkeren als de ‘zwarte’ burgers in Nederland. 

De CERD (Commissie die de naleving van het Verdrag bewaakt) schrijft in haar concluding observations (2015) bezorgd te zijn over de toename van discriminatie, waaronder raciale profilering en stigmatisering, waarmee mensen van Afrikaanse afkomst worden geconfronteerd in Nederland. De Commissie is ook bezorgd over de structurele onzichtbaarheid van deze discriminatie, zoals blijkt uit het feit dat mensen van Afrikaanse afkomst niet worden geïdentificeerd als een burgergemeenschap die wordt gediscrimineerd. In verschillende rapportages wordt deze gemeenschap onder het begrip ‘overigen’ gecategoriseerd.

De Commissie uit haar zorgen uit over

a) de onevenredige armoede- en werkloosheidscijfers waarmee mensen van Afrikaanse afkomst worden geconfronteerd;

b) het beperkte aantal personen van Afrikaanse afkomst in een openbaar ambt; en 

c) onvoldoende bewustzijn binnen de Nederlandse samenleving over het Nederlandse slavernij en het koloniale verleden. Voor het vergroten van de zichtbaarheid is verankering in alle sectoren van (overheids)beleid belangrijk zodat bij nationale rapportages over racisme en discriminatie zij niet meer ‘respectloos’ onder het kopje ‘en overigen’ worden gerangschikt. Dataverzameling is een goed middel die het mogelijk maakt om de situatie van deze specifieke burgergemeenschappen in kaart te brengen, te analyseren en te beoordelen. Op grond van de verkregen resultaten en de conclusies kan worden getoetst of de maatregelen om hun rechten te beschermen effectief zijn en/of moet worden aangestuurd tot effectievere samenhangende (beleids)maatregelen. Het verankeren van mensen van Afrikaanse afkomst als een specifieke doelgroep in wetgevende maatregelen, overheidsbeleid en instrumentaria in verband met evaluatie en monitoring en Rapportageplicht.

5.1.2. Representatie mensen van Afrikaanse afkomst

Stimulerende maatregelen zijn gewenst naar de kant van de media en alle overige sectoren in onze samenleving voor wat betreft programma’s die positieve aandacht schenken aan mensen van Afrikaanse afkomst. Dit om een positievere en objectievere beeldvorming te bevorderen als alternatief voor de stereotypes die erg vernietigend zijn. Op het gebied van beeldvorming zijn er meerdere uitdagingen. Mensen van Afrikaanse afkomst lijden over het algemeen aan een golf van negatieve beeldvorming geconstrueerd met stereotypering, misvatting en marginalisering. De roep om een evenredige vertegenwoordiging van burgers van kleur in de media als middel ter bestrijding van deze fenomenen wordt alsmaar luider.  

5.1.3. Slavernij is misdaad tegen de menselijkheid

De Nederlandse Staat erkent dat de Maangamizi (trans-Atlantische slavenhandel, slavernij, kolonisatie en de hedendaagse effecten) gepleegd vanaf de vijftiende tot de negentiende eeuw door Europese machten tegen het Afrikaanse volk, een misdaad tegen de menselijkheid is. Dat dit in retro perspectief moet worden geacht altijd zo te zijn geweest en dat als gevolg van deze misdaad het Afrikaanse volk (ondermeer) naar de Amerika’s zijn gedeporteerd.

5.1.4. Etniciteit en Nationaliteit in artikel 1 van de Grondwet

Civil Society organisaties in Nederland pleitten al ruim elf jaar voor de verruiming van Artikel 1 van de Grondwet met de gronden Etniciteit en Nationaliteit. Dit zoals ook aan Nederland aanbevolen door de VN Commissie die zich bezighoudt met de toezicht op de naleving van het VN Verdrag op het gebied van de bestrijding van alle vormen van racisme en discriminatie (CERD).

Ons Koninkrijk der Nederlanden heeft het CERD Verdrag geratificeerd wat ook inhoudt de naleving ervan. Het Verdrag definieert “racial discrimination” als: “any distinction, exclusion, restriction or preference based on race, colour, descent, or national or ethnic origin which has the purpose or effect of nullifying or impairing the recognition, enjoyment or exercise, on an equal footing, of human rights and fundamental freedoms in the political, economic, social, cultural or any other field of public life.”

 “Racial discrimination” is een handeling. Het rasbegrip stemt niet ter vervanging van en kan niet gelijkgesteld worden met het ‘etniciteits- en nationaliteitsbegrip’. In dit verband volgt UCF Artikel 21 van het Handvest betreffende de Grondrechten van de Europese Unie:

“1. Any discrimination based on any ground such as sex, race, colour, ethnic or social origin, genetic features, language, religion or belief, political or any other opinion, membership of a national minority, property, birth, disability, age or sexual orientation shall be prohibited.”

“2. Within the scope of application of the Treaty establishing the European Community and of the Treaty on European Union, and without prejudice to the special provisions of those Treaties, any discrimination on grounds of nationality shall be prohibited.”

Eén van de belangrijkste aanbevelingen naar aanleiding van de concluding observations (2015) over de naleving van het CERD Verdrag door het Koninkrijk der Nederlanden, is dat Nederland, in overeenstemming met Artikel 1 van het Verdrag: 1) de gronden kleur en etnische afkomst in Artikel 1 van de Grondwet opneemt; 2) dat de Grondwet alle relevante rechtsgebieden moet bestrijken 2) het begrip raciale motivatie in de strafrechtelijke wetgeving wordt ingevoerd als een verzwarende omstandigheid bij de vaststelling van sancties voor strafbare feiten. In 2020 is dit wel gebeurd ten aanzien van ‘seksuele geaardheid’. Dit vinden we een goede zaak maar vatten het op als te zijn een onderwerp waar Nederland een grotere waarde aan hecht dan het bestrijden van racisme op grond van etniciteit.

In 2016 rapporteert de Nederlandse Staat onder het onderdeel Etnisch Profileren het volgende aan de CERD: “Van de politie wordt verwacht dat zij in een vroeg stadium proactief reageert om criminaliteit te voorkomen en te ontmoedigen. Daarbij is het belangrijk om te allen tijde zorgvuldig te zijn. Het voorkomen van etnisch profileren is cruciaal voor de legitimiteit van en het vertrouwen van het publiek in de politie. De maatregelen die worden genomen om etnisch profileren te voorkomen, zijn gericht op onderwijs en opleiding, het bevorderen van goede relaties, diversiteit in de beroepsbevolking en inspanningen om de klachtenprocedure te verbeteren. Binnen deze vier pijlers is en wordt goede vooruitgang geboekt”. Geen acties dus ten aanzien van de verruiming van de Grondwet.

UCF kan geen legitieme reden bedenken waarom de politiek in Nederland halsstarrig blijft om de onderhavige gronden in de Nederlandse Grondwet te verankeren.

In dit verband vestigen we de aandacht op de Resoluties van het Europese Parlement (2019/2020) over de Fundamentele Rechten van mensen van Afrikaanse afkomst. In zijn rapportage (over het jaar 2019) verwijst de Nationale Ombudsman ook naar praktijken over etnisch profileren in alle lagen bij de Overheid.

5.1.5. Erkennen & Toepassen van de term Afrofobie

Racisme, discriminatie en sociale- en maatschappelijke uitsluiting van personen met een Afrikaanse achtergrond en van zij die zich als ‘zwart definiëren’ kennen een eeuwenoude traditie, van negatieve associaties, marginalisering en onderdrukking, onder meer als gevolg van de trans-Atlantische slavenhandel, slavernij en kolonialisme. De gevolgen daarvan manifesteren zich binnen verschillende sectoren van de samenleving en relevante politieke-, sociaal economische- en maatschappelijke verbanden en hebben ook effecten op het zelfbeeld.

In haar Rapport van de EU high level Group (2018) getiteld: ’Afrophobia, Acknowledging and understanding the challenges to ensure effective responses’, brengt deze Top in herinnering dat de term "Afrofobie" al genoemd is in officiële verklaringen van onder andere de Hoge Commissaris voor de mensenrechten en de VN werkgroep van deskundigen inzake mensen van Afrikaanse afkomst (WGPAD). In het rapport maakt de Top verder gebruik van de term "Afrofobie" in het licht van de overwegingen dat Afrofobie een term is om de specifieke kenmerken van racisme tegenover de mensen van Afrikaanse afkomst te beschrijven en dat afhankelijk van de context en de betrokken doelgroep of collectieve groep, de term ook in het algemeen kan worden opgevat als de manifestatie van racisme tegenover individuen, groepen en gemeenschappen die zichzelf als 'zwart', definiëren.

In haar rapport aan de VN van 2019, waarin de VN special rapporteur on Racism, Racial Discrimination, Xenophobia and Related Intolerance, Tendayi Achiume, inzicht verschaft in de ontwikkelingen met betrekking tot racisme in Nederland, is de term Afrofobie ook als oriëntatie- en toetsingskader gebruikt.
In verschillende rapporten en resoluties van de Verenigde Naties (VN), recentelijk nog in het Rapport van de VN Intergovernmental Working Group (IGWG,2020, p.19 onder e) is de term Afrofobie gebruikt om racisme en discriminatie op grond van Afrikaanse afkomst te typeren. Zo staat het er: “Consider the efforts against “Afrophobia” and all forms of discrimination against people of African descent as part of national plans against racism, racial discrimination, xenophobia and related intolerance”.

De constatering van de VN Werkgroep van experts over Mensen van Afrikaanse afkomst (WGPAD) is dat de term Afrofobie een werkbaar conceptueel kader is voor het onderbouwen van interventies die nodig zijn voor het bestrijden en voorkomen van racisme en discriminatie op grond van Afrikaanse afkomst, bevestigt dat het vertrekpunt gaandeweg duidelijk is geworden: een semantische discussie over de juiste term om vormen van meervoudige racisme en discriminatie op grond van Afrikaanse afkomst te duiden is achterhaald en geniet niet meer de hoogste prioriteit.

Het gebruiken van de term binnen het overheid en politieke domein in Nederland zal ervoor zorgen dat dat burgers met Afrikaanse afkomst en die zichzelf als ‘zwart’ definiëren optimaal gebruik zullen kunnen maken van wettelijke bescherming tegen de vormen van meervoudig racisme en discriminatie.

UCF zet in op:
Net als ten aanzien van de begrippen antisemitisme, homo- en transgenderfobie-, Islamfobie en moslimfobie al het geval is, is UCF voor het erkennen en incorporeren van het begrip Afrofobie in (wetgevende/overheid) beleid en maatregelen. Het begrip verwijst naar de specifieke meervoudige vormen van racisme tegenover burgers van Afrikaanse afkomst. Het gaat om een behoefte die al jaren bestaat en zich recentelijk nadrukkelijker heeft gemanifesteerd door middel van de (vele landelijke, regionale en lokale) protestdemonstraties. Deze naar aanleiding van de dood van de Afrikaanse Amerikaanse staatsburger George Floyd door politiegeweld. Het Europees Parlement heeft haar Lidstaten in twee resoluties (2019 en 2020 over de fundamentele rechten van mensen van Afrikaanse afkomst) opgeroepen om adequate maatregelen te treffen om alle vormen van structurele meervoudig racisme en discriminatie te bestrijden.

5.1.6. Nationale 1 juli Herdenking   

Door middel van het Nationaal Slavernijmonument in Amsterdam wordt het Nederlandse slavernijverleden zichtbaar gemaakt, de doorwerking daarvan in de hedendaagse multiculturele samenleving en de toekomst van deze samenleving. Daarnaast moet het Monument zoveel mogelijk appelleren aan de Nederlandse bevolking als geheel, opdat zoveel mogelijk mensen aanleiding vinden stil te staan bij het Nederlandse slavernijverleden en haar erfenis nu en in de toekomst, het gaat immers om een onderdeel van de Nederlandse Vaderlandse Geschiedenis dat niet weggemoffeld mag worden. In die zin dient het Nationaal Statisch Monument niet alleen de emancipatie van de Nazaten van de tot slaaf gemaakten, maar ook die van de Nazaten van de “daders”: de mensenhandelaren evenals de autoriteiten die de handel via wet en regelgeving hebben mogelijk gemaakt en/of gestimuleerd: de overheid en het koningshuis, de kerkgenootschappen, banken, ondernemingen inclusief de toeleveringsbedrijven. Kortom, het heeft een functie voor de emancipatie van de samenleving als geheel. Het gaat er vooral om de jaarlijkse balans op te maken van de vorderingen in de samenleving in de omgang met het Nederlandse slavernijverleden en haar erfenis, teneinde mede richting te blijven geven aan maatschappelijke ontwikkelingen en discussies ter zake. De observatie leert dat het nationale karakter van de herdenking elk jaar op 1 juli met het verstrijken van de jaren steeds meer verworden is tot een stedelijke Amsterdamse gebeuren. Het is nu ruim vijf jaar dat samenwerkende organisaties tevergeefs een beroep hebben gedaan op de beheerder van het Nationaal Slavernijmonument, de verantwoordelijke overheidsautoriteiten en het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis voor de instelling van een Nationale 1 juli Herdenkingscommissie. Van die zijde is het oorverdovend stil.

UCF zal zich inzetten voor:

  1. Een Nationaal 1 juli Herdenkingscommissie. Doel is de Nationale herdenkingen ter hand te nemen met een duidelijke rol voor de nazaten van de tot slaafgemaakte slachtoffers van het Nederlandse slavernijverleden.
  2. Nationale vrije Dag. UCF is voor een nationale vrije dag per vijf jaar en is ten aanzien van werkenden voor het realiseren van een wettelijke (betaalde) verlofvoorziening voor allen die op 1 juli hun eer willen betuigen bij het Nationaal Slavernijmonument in Amsterdam. Voor scholieren een vrije schooldag.

5.1.7. Intersectionele discriminatie

Centraal in de realisatie van de mensenrechten van vrouwen en meisjes is dat discriminatie tegen vrouwen en meisjes en andere schendingen van hun mensenrechten niet alleen plaatsvinden op grond van gender, maar ook op andere gronden, zoals etniciteit, leeftijd, klasse, nationaliteit, handicap, seksuele oriëntatie en gezondheidsstatus. Negatieve beeldvorming en discriminatie kunnen, naar de huidige wetenschappelijke inzichten, het best worden geanalyseerd via de intersectionele benadering. De positie van een persoon wordt bepaald door zijn of haar gender en zijn of haar etniciteit of andere identiteiten, in onderlinge samenhang. In de Beijing VN Wereld Vrouwenconferentie Verklaring (1995) en in de aanverwante verdragen en resoluties over 20 jaar Beijing Platform voor Action worden nationale overheden opgeroepen tot het versterken van inspanningen ter verzekering van gelijke rechten en fundamentele vrijheden voor alle vrouwen en meisjes die worden geconfronteerd met veelvuldige barrières die hun ontwikkeling, effectieve participatie en vooruitgang belemmeren.

Intersectionele discriminatie en negatieve beeldvorming ten aanzien van vrouwen en meisjes van Afrikaanse afkomst evenals ten aanzien van vrouwen die zich als ‘zwart definiëren en arbeidsmigranten dienen op nationaal niveau prioritaire aandacht te krijgen bij de bestrijding van racisme, discriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid.

5.1.8. Nationaal Forum Civil Society van Afrikaanse afkomst 

Op Internationaal niveau is er over de afgelopen decennia herhaaldelijk wereldwijde aandacht gevraagd voor de positie van deze burgergemeenschappen, zowel door de Verenigde Naties, het Europees Parlement alsook door andere internationale organisaties. De constatering is dat enige vorm van formele erkenning vanuit de Nederlandse politiek en overheid tot nu toe is uitgebleven, de oplossing van problemen vinden in de marge plaats. Daadwerkelijke en tijdige uitvoering van het VN Decennium door de Nederlandse overheid gaat alleen effecten bewerkstelligen als het Nationaal Actieplan wordt uitgevoerd in een gecoördineerd, gestructureerd en samenhangende aanpak. Dit betekent dat de Nederlandse overheid in nauwe samenwerking met de Civil Society van Afrikaanse afkomst over moet gaan tot de correcte en systematische uitvoering van het VN Decennium.

In het huidige Nederlands overheidsbeleid is er weinig ruimte voor gestructureerde inspraak van de Civil Society van Afrikaanse afkomst. Het is echter duidelijk dat als hier op de korte termijn geen verandering in komt dat de uitvoering van het VN Decennium niet zal slagen. Dit is een scenario dat niet wenselijk is en zeker geen breed draagvlak heeft.

De Nederlandse samenleving is gebaat bij nieuw beleid, waarbij de gemeenschappen op wie het VN Decennium is gericht middels het Nationaal Forum als gesprekspartner van de overheid erkend wordt in de uitvoering van het VN Actieplan. 

UCF is oordeel dat burgers van Afrikaanse afkomst als Groep sterker staan in een aantoonbaar fysiek en politiek-ideologisch georganiseerd verband en dat de stem van de Civil Society van Afrikaanse afkomst in een gecoördineerd, gestructureerd en samenhangende Integrale aanpak betrokken moet worden om de verschillende perspectieven te formuleren en kenbaar te maken aan alle relevante stakeholders. Dit zijn belangrijke voorwaarden voor het succes van het VN Decennium in Nederland. Een belangrijke succesfactor is de erkenning van de positie van het Nationaal Forum dat ook na het einde van het VN Decennium zal blijven bestaan en haar positieve sporen achterlaat ten behoeve van bevolkingsgroep waarvan de effecten van het slavernij en koloniaal verleden nog zichtbaar en voelbaar zijn. 

 

5.2.PIJLER RECHTVAARDIGHEID

Rechtvaardigheid gaat een stap verder dan het erkennen dat de voorouders van burgers van Afrikaanse afkomst het slachtoffer zijn geweest van het verwerpelijk slavernijsysteem en dat deze gemeenschappen nog steeds de last ervaren van dat Verleden. Rechtvaardigheid in de context van Nederland gaat over het stimuleren van politieke wil om over te gaan tot het realiseren van een actieplan waarbij het doel is om af te rekenen met de nog steeds aanwezige negatieve effecten van dat Verleden.

De Wereld Anti Racisme Conferentie in Durban/Zuid Afrika 2001 is voor de wereldgemeenschap van Afrikaanse afkomst en vooral voor de nazaten van de slachtoffers van het Nederlandse slavernijverleden een unieke kans geweest om alle vormen van Afrofobie in het kader van de effecten van de trans Atlantische slavenhandel, slavernij en kolonialisme, aan de orde te stellen.

De VN lidstaten hebben de uitdaging van de WCAR aangegrepen om slavenhandel, slavernij en kolonialisme inclusief de trans Atlantische slavenhandel als een misdaad tegen de menselijkheid te verklaren. Landen die daartoe nog niet waren overgegaan zijn aangespoord om passende maatregelen te treffen waaronder Reparations en het aanbieden van excuses. Het UCF is van mening dat de onthulling van een Nationaal slavernijmonument en de oprichting van het Nationaal instituut Nederlandse slavernijverleden en erfenis (NiNsee) niet voldoende zijn. De instelling van Anti Discriminatie Voorzieningen zijn ook niet toereikend om racisme en discriminatie met wortel en al aan te pakken.

DE PROGRAMMAPUNTEN

5.2.1. Anti-Racisme maand

In september 2001 heeft in Durban Zuid Afrika de VN Wereld Anti Racisme Conferentie plaatsgehad. In september 2021 wordt herdacht dat de trans-Atlantische slavenhandel, slavernij en kolonialisme als misdaden tegen de menselijkheid zijn verklaard. De VN doet een beroep op de politieke wil van lidstaten om op gepaste wijze aandacht te besteden aan dit historische feit. UCF wil dat de maand september in 2021 wordt uitgeroepen tot Anti-Racisme maand.

5.2.2.Nationale Raad Reparatory Justice 

De Interdepartementaal Anti Racisme Overheidsstructuur heeft leemtes aangetoond in visie, missie, beleid, maatregelen op het gebied van Afrofobie bestrijding. UCF is daarom van mening dat de structuur niet toereikend is in het kader van een gecoördineerde gestructureerde samenhangende integrale aanpak. Een gecoördineerde, gestructureerde, samenhangende aanpak gaat uit van een situatie waarbij alle relevante structuren om de doelen te bereiken in beeld zijn; dat programma’s, acties en activiteiten op elkaar zijn afgestemd.

Inherent aan de opdracht van de Nationale Raad is de vaststelling van de onderwerpen die bij wet verboden en strafbaar moeten worden gesteld. Net als ten aanzien van de sectoren Gezondheidszorg, Cultuur, Wetenschap en Onderwijs is UCF van mening dat er een Nationale Raad moet worden ingesteld waaronder alle vraagstukken op het gebied van Reparatory Justice een plek krijgen. Hierin begrepen alle kwesties die te herleiden zijn naar het Nederlands trans-Atlantische slavernij- en koloniaalverleden. Het gaat om kwesties die om specifieke aandacht, aanpak en expertise vragen onder andere op het gebied van:

1) Reparations
De trans-Atlantische slavenhandel, slavernij en kolonialisme zijn in 2001 door de Verenigde Naties tot misdaden tegen de menselijkheid verklaard. Daarbij is vastgesteld dat de misdaden hebben geleid tot blijvende en voortdurende sociaaleconomische achterstelling en marginalisering van mensen van Afrikaanse afkomst. Deze achterstelling en marginalisering van mensen van Afrikaanse afkomst in de Nederlandse samenleving wordt mede veroorzaakt door het feit dat de vernederende mensonterende methoden van discriminatie en gefabriceerde ideologieën waarmee het plegen van deze misdrijven door de Nederlandse overheid en andere Westerse landen gerechtvaardigd worden nog steeds ruimschoots in de Nederlandse samenleving aanwezig zijn in de vorm van Afrofobie. De misdaden tegen de menselijkheid hebben daarnaast de twijfelachtige eer de enige misdrijven gepleegd tegen de menselijkheid te zijn waar de daders bij de beëindiging ervan financieel zijn vergoed en niet de slachtoffers. Zie hier de kaders waarop de eis voor Rechtsherstel/Reparation is gestoeld. UCF is het ermee eens dat het programma van Rechtsherstel/Reparations van Nederland minimaal uit de volgende componenten moet bestaan:

a) Ethisch Rechtsherstel
Op Koninkrijks- en Nationaal niveau invoeren van wetgeving welke formeel vast legt dat de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij misdrijven tegen de menselijkheid waren en altijd ook geweest zijn. Het aanbieden van Excuses op het hoogste Nederlandse Staatsniveau in de landen waar de misdaden zijn gepleegd vormt onderdeel van dit Ethisch rechtsherstel programma. Het aanwenden van middelen en expertise ten einde te geraken tot een systematische documenteren en publiceren van de lokale en internationale dimensies van de verschillende effecten van deze misdrijven gepleegd tegen Afrika en
mensen van Afrikaanse afkomst. Uitgangspunt is het meervoudig perspectief.

b) Historisch Rechtsherstel
De onderhavige misdaden tegen de menselijkheid door Nederland zijn voor een groot deel
nog steeds niet gedocumenteerd. Het volledige beeld van slavernij en de trans-Atlantische
slavenhandel moet objectief (vanuit een meervoudig perspectief) worden gedocumenteerd.
De gepleegde misdaden moeten evenals ten aanzien van andere Vaderlandse
geschiedenissen een volwaardige plaats krijgen in de Nationale Nederlandse geschiedenis.
De Nederlandse regering heeft een belangrijke taak om academische interdisciplinair
onderzoek te stimuleren en daarbij fors te investeren. Hieronder begrepen maatregelen die betrekking hebben op het stimuleren van openbaarmaking van alle bronnen van informatie: nationale archieven, bibliotheken, archieven en registers van alle bij de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij betrokkenen regeringen, overheden, families, (deze omvat ook de Koninklijke families), bedrijven/ondernemingen, banken en kerken. Ten aanzien van de academische instellingen en universiteiten dient er grondig onderzoek te worden verricht over de wetenschappelijke bijdragen die zijn geleverd om de
slavenhandel en slavernij te legitimeren.

UCF pleit voor het uit het straatbeeld verwijderen van alle standbeelden van figuren die een negatieve rol hebben gespeeld in de Maangamizi. In plaats van deze te vernietigen, moeten ze worden bewaard in Nationale Archieven, musea, domeinen of soortgelijke overheidsfaciliteiten. Ze kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt op tentoonstellingen en exposities die als doel hebben het Nederlandse racistische verleden te onderzoeken. Dit is niet het zuiveren van het Nederlandse verleden aangezien de geschiedenis wordt vastgelegd in boeken en Online. Het is onnodig om dit soort standbeelden en monumenten maar ook de Gouden Koets, te tonen in openbare publieke ruimten.

c) Educatieve Rechtsherstel
Het invoeren van effectieve pedagogische maatregelen in het onderwijsstelsel ten einde te verzekeren dat de geschiedenis van het Nederlandse slavernijverleden en de daaraan gekoppelde praktijken worden opgenomen in het nationale onderwijscurriculum zodat de komende Nederlandse generaties geïnformeerd zijn en kunnen leren van deze misdrijven tegen de menselijkheid en de hiermee nog altijd gepaard gaande erfenissen in de vorm van institutioneel racisme en Afrofobie in de Nederlandse samenleving.

d) Sociale, Economische en Culturele Rechtsherstel 

Herstelbetalingen houden in: Politieke erkenning en concrete programma's voor ‘schadeloosstelling’ van de sociale en economische ongelijkheid, politieke marginalisering, vele vormen van racisme en discriminatie, zoals structurele institutioneel racisme en institutionele discriminatie, psychologische handicaps, waar Afrikanen en de Nazaten van de tot slaafgemaakten als gevolg van de impact en erfenissen van de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij die gericht zijn op voorspoedontwikkeling respectievelijk het bestrijden van de armoede die het verwerpelijk trans-Atlantische slavernij systeem tot
gevolg heeft gehad.

Notabene:
UCF brengt in herinnering dat de Nederlandse verantwoordelijkheid niet stopt bij de grenzen van de Noordzee. Het verwerpelijk slavernijsysteem was een aangelegenheid dat zich ver over de grenzen van Nederland voltrok. Door de verschillende studies en onderzoeken is de rol van Nederland op het gebied van de misdaden tegen de menselijkheid al meer dan voldoende aangetoond. De Raad heeft als extra opdracht het adviseren van de Nederlandse Staat over alle verzoeken op dit terrein van de Caricom staats- en gouvernementshoofden.

e) Financieel rechtsherstel
UCF pleit voor een eenmalig symbolische belastingvrije bedrag van €40.000 als voorschot aan alle nazaten van de tot slaaf gemaakte Afrikaanse voorouders ter compensatie van de geleden schade wegens onbetaald ‘loon’ (exclusief de revenuen). Belanghebbenden zijn alle personen van 18 jaar en ouder (1 juli 2021) woonachtig in de landen waar Nederland slavernij heeft bedreven en die zich hebben geïdentificeerd als een Afrikaanse nazaat. Peildatum voor het berekenen van het voorschot is 1 juli 1863.

f) Repatriëring
UCF acht het verder relevant dat Nederland over de brug komt met een financiële maatregel ten behoeve van de nazaten van de tot slaaf gemaakten die willen repatriëren naar een land binnen het Afrikaanse continent.
 

5.2.3. Naamsverandering

UCF steunt het principe van een gecoördineerde gestructureerde samenhangende integrale aanpak zodat oplossingen en maatregelen in de marge tot het verleden gaan behoren. UCF wil, gebaseerd op de decennialange wensen van nazaten van de tot slaafgemaakten, wettelijke maatregelen en voorzieningen op het gebied van eerherstel door middel van DNA onderzoek naar de voorouderlijke lijn. Dit is een aandachtsgebied die terug te leiden is naar de erfenis van het Nederlandse slavernijverleden. Vele burgers van Afrikaanse afkomst willen al langer dan anderhalve eeuw weten wat hun voorouderlijke lijn is. Eén van de instructies van de ‘plantage-eigenaren’ gebaseerd op de zogenoemde ‘black code’ was het verbod op het dragen van de eigen Afrikaanse naam. Een barbaarse vorm van mensenrechtenschending die om eerherstel vraagt.

5.2.4. Onderzoek naar de effecten van de Maangamizie

Maangamizi is een KiSwahili term die alle verwerpelijkheden die met de Afrikaanse Maafa gemoeid zijn geweest te omschrijven. Deze term gaat veel verder dan termen als Holocaust en Maafa. Maangamizi verwijst niet alleen naar praktijken van genocide maar ook naar het toe-eigenen van eigendommen zoals land en bodemschatten; het eeuwenlang inzetten van de gekidnapte Afrikanen om dwangarbeid te verrichten en op de toepassing van dehumaniserings-strategieën.

Maafa is een term om het voortdurende effect van de trans Atlantische slavenhandel, slavernij en kolonisatie te stipuleren.

De Politieke agenda van UCF richt zich op twee belangrijke niveaus: Het niveau van de Gezondheidszorg en het herstel van de Mentale slavernij. 

5.2.5. Maatregelen ten behoeve van de verbetering van de psychische gezondheidszorg 

i) Onderzoek naar de relatie tussen een hoge mate van spanningsklachten bij de mensen van Afrikaanse afkomst en de ziektebeelden, die zij vertonen (neurologische problemen, bijv. nek-en schouderklachten en pijn in de onderrug, hoge bloeddrukwaarden, hoge cholesterol, hersenbeschadigingen, hartproblemen t.o.v. andere etnische burgergroepen.

5.2.6. Onderzoek naar veelvuldig voorkomende medische ziekten bij mensen van Afrikaanse
afkomst In het Koninkrijk 

j) Onderzoeken welke medische ziekten vaak voorkomen bij mensen van Afrikaanse van afkomst. Welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen. Factoren als voeding, leefstijl, teveel stress wegens psychosociale problemen nader onderzoeken bij burgers van Afrikaanse afkomst; aansluiten bij reeds bestaande onderzoeksresultaten en aanvullend onderzoek verrichten indien nodig. Cultuurvergelijksonderzoek verrichten binnen de eigen samenleving en andere gemeenschappen met mensen van Afrikaanse afkomst 


5.3. PIJLER ONTWIKKELING

In artikel 158 van het Durban Actieprogramma wordt door de VN lidstaten erkend dat het ‘Verleden’ ontegenzeggelijk heeft bijgedragen ondermeer aan de armoede, onderontwikkeling, marginalisering, sociale uitsluiting, economische verschillen, instabiliteit die mensen van Afrikaanse afkomst in de verschillende delen van de wereld treffen. Vooral in de ontwikkelingslanden waar het verwerpelijk slavernijsysteem actief is bedreven. 

De VN beschouwt het Decennium) als een goed instrument om beleid te ontwikkelen die de sociale en economische ontwikkeling van deze samenlevingen en de diaspora stimuleren. UCF vindt het een goed instrument om de projecten in het kader van het VN Decennium te koppelen aan de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (2015). 

De Nederlandse uitvoering van het VN Decennium

Het VN Decennium Nationaal Actieplan (NAP) zoals afgesproken door de VN-Lidstaten is relevant in verband met succesvolle uitvoering van het VN Decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst (2015-2024). 

De acties die tot nu toe door de Nederlandse Staat zijn ondernomen en die door UCF worden aangemerkt als zijnde acties op het gebied van het VN Decennium zijn de volgende:

  • Een sociale kaart is tot stand gebracht van organisaties, netwerken en personen die betrokken zijn bij het verbeteren van de positie van mensen van Afrikaanse afkomst in Nederland. De Sociale Kaart is nog niet volledig.
  • Via aanbesteding zijn een aantal educatieve projecten gefinancierd om het bewustzijn te vergroten en empowerment te ondersteunen.
  • Kleine budgetten zijn beschikbaar gesteld aan twee reeds bestaande fondsen om verzoeken betreffende financiering van projecten op het gebied van educatieve activiteiten te stimuleren.
  • Een budget is beschikbaar gesteld ten behoeve van een educatieve project die jongeren van Afrikaanse afkomst helpt hun potentieel te ontwikkelen en uitsluitingsmechanismen te bestrijden.
  • Een wedstrijd is aangekondigd, die tot doel heeft een algemene boodschap te formuleren die het bewustzijn van racisme tegenover mensen van Afrikaanse afkomst in Nederland te stimuleren.
  • Een conferentie georganiseerd om de aanpak van Nederland betreffende het VN Decennium te promoten.

De uitvoering de activiteiten in het kader van het VN Decennium is voor UCF een bevestiging dat de Nederlandse Staat nog steeds een ‘verdeel en heers’ strategie hanteert en een deel van de zwarte gemeenschap het stadium van ‘spiegeltjes en kraaltjes’ nog steeds niet is ontstegen.

De Nederlandse Staat als Neo-Kolonisator die niets heeft te duchten van haar aan het Stockholmsyndroom leidende ingezetenen.

Voor UCF is een Nationaal Actieprogramma met als vertrekpunt het VN Decennium Actieprogramma dus onvermijdelijk.

DE PROGRAMMAPUNTEN

5.3.1. Nationaal Actieplan VN DecenniumMANIFEST UCF 2021-2025

UCF zet in op de ontwikkeling van het Nationaal Actieplan VN Decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst (2015-2024). Een Nationaal Actieplan geeft inzicht in het (specifiek) beleid en de daarop afgestemde beleidsdoelen en instrumenten voor het effectief monitoren, evalueren en (eventueel) bijsturen van de afgesproken maatregelen, programma’s, projecten en activiteiten. Het geeft ook inzicht in de (meerjaren-)investeringen op de verschillende gebieden van beleidsuitvoering door Lidstaten. 

Het NAP is ook belangrijk voor het inzicht in de uitvoering door nationale-, regionale en lokale overheden en relevante stakeholders evenals de manier waarop de Civil Society wordt betrokken. UCF huldigt het idee van een gecoördineerde gestructureerde samenhangende integrale aanpak. Dit is een methode om enerzijds ‘verdeel en heers’, willekeur en institutionele racisme tegen te gaan en tot samenhang aan te sturen. Deze gecoördineerde gestructureerde samenhangende integrale aanpak verschilt van de methodiek die Nederland tot nu toe heeft gevolgd sinds de opheffing van het Landelijk Overleg Minderheden. Een goed voorbeeld van een ongecoördineerde aanpak is de in december 2020 aangekondigde instelling van een Nationale Coördinator Anti Racisme (minister van Binnenlandse Zaken). Een week daarna werd de instelling van een Nationaal Coördinator Antisemitisme (minister van Justitie en Veiligheid aangekondigd. UCF constateert deze ongecoördineerde gang van zaken ook op het gebied van de verwerking van het slavernijdossier).

5.3.2. Nationaal Instituut voor Afrikaanse Diaspora Vraagstukken 

UCF gaat zich inspannen voor de realisatie van een Nationaal Instituut voor Afrikaanse Diasporavraagstukken. Dit Instituut functioneert niet in een vacuüm. Het functioneert als belangrijk Expertise Orgaan ten behoeve van het Nationaal Forum en de Raad voor Reparatory Justice in het kader van een gecoördineerde gestructureerde samenhangende integrale aanpak.

De aandachtsgebieden hebben betrekking op de volgende vraagstukken:

  • Competentieontwikkeling (leiderschapsontwikkeling, empowerment/identiteitsversterkendetrainingen).
  • Methodiekontwikkeling in het kader van het meervoudig perspectief.
  • Het opzetten van een promotiekamer/S.T.E.M om meer studenten van Afrikaanse afkomst testimuleren om promotieonderzoek te doen.
  • Het in kaart brengen van de onderwijssituatie en positie ten behoeve van een duurzaam ontwikkelingsprogramma voor nu en de Toekomst. Dit geldt eveneens voor de arbeidsmarktpositie voor nu en in de Toekomst. 
  • Het bevorderen van zelfstandig ondernemerschap in het kader van de Thuis economie;
  • Kansen in de landen van herkomst realiseren (handel/MKB).
  • (Politieke) Participatiegraad op diverse terreinen bevorderen.
  • Ontwikkelingsprogramma’s gericht op jongeren (inclusief tienermoeders, jongeren met criminele antecedenten).

5.3.3. Mensenrechten- en cultuureducatie 

Mensenrechten- en cultuureducatie en de reconstructie van het geschiedenisonderwijs. Binnen deze context:

  • het bevorderen van kennis(overdracht) en inzicht door middel van relevante activiteiten om de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie in kwesties die van invloed zijn op mensen van Afrikaanse afkomst te kunnen begrijpen. Dit, om effectief in te kunnen spelen op de vraagpunten van zorg en om de rechten van mensen van Afrikaanse afkomst te beschermen.
  • het promoten en doen realiseren van projecten die leiden tot meer kennis en respect voor het erfgoed, de cultuur, spirituele uitingsvormen en geschiedenis van mensen van Afrikaanse afkomst met inbegrip van de trans-Atlantische slavenhandel, slavernij en kolonialisme.
  • het herzien en ontwikkelen van specifieke curricula en bijbehorend lesmateriaal over de geschiedenis van de trans Atlantische slavenhandel, slavernij en kolonialisme en vooral het aandeel van Nederland daarin.
  • het aanvullen van het huidige geschiedenisonderwijs met een Black History curriculum waarbij de Afrikaanse geschiedenis wordt belicht met bijvoorbeeld de beschavingen van Mali, Ghana, Songhai, Egypte, Ethiopië, Nubië, Zimbabwe en Nigeria.
  • het integreren van de curricula in formeel en informeel onderwijs, op de niveaus van het primair-, secundair-, post secundair en het volwassenen onderwijs. Deskundigen van Afrikaanse afkomst moeten in de gelegenheid worden gesteld om bij te dragen aan de ontwikkeling van dergelijke curricula.


No comments: